Web 6.6, HET EINDE

De laatste opdracht van de beste docent: Aart-Jan Bergshoeff.

 

Wat ik met deze stof zou kunnen doen op mijn stage, is vooral beter onderbouwde keuzes maken met content. Met tools zoals Google Analytics 4 kan ik bijvoorbeeld analyseren welke pagina’s goed presteren en welke niet. Daardoor kan ik content verbeteren, zoals artikelen herschrijven, betere titels kiezen of inspelen op onderwerpen die populair zijn. Ook kan ik kijken waar bezoekers vandaan komen (bijvoorbeeld via Google Search Console) en daarop mijn SEO-strategie aanpassen. Als ik zie dat bepaalde zoekwoorden goed werken, kan ik daar meer content over maken.

Daarnaast lijkt het me nuttig om te kijken naar conversie: hoeveel mensen doen uiteindelijk iets (zoals iets kopen, inschrijven of doorklikken). Op stage kan ik dan bijvoorbeeld testen welke content beter werkt (A/B-testen), of onderzoeken waarom bezoekers afhaken. Ook bij social media kan ik statistieken gebruiken om te bepalen wanneer ik het beste kan posten en wat voor soort posts het meeste engagement opleveren. Kortom: ik zou data gebruiken om niet alleen content te maken, maar die ook steeds te verbeteren.

Als ik naar de examenopdracht kijk, zijn er een paar onderdelen waar ik nog extra les over zou willen hebben tijdens de examenperiode. Vooral:

  • GA4 en data-analyse: dit blijft best ingewikkeld. Ik zou graag meer oefenen met het lezen van grafieken en het trekken van goede conclusies uit data.
  • SEO (zoekmachine-optimalisatie): vooral het werken met zoekwoorden en tools zoals Google Trends vind ik nog lastig.
  • Conversie en KPI’s: hoe meet je dit precies en hoe koppel je dit aan ROI?
  • WordPress (technisch deel): zoals werken met thema’s, widgets en custom CSS. Daar loop ik soms nog tegen praktische problemen aan.
  • Huisstijl en vormgeving: hoe vertaal je een bestaande stijl (zoals AT5) goed naar je eigen website?

Ik denk dat extra uitleg en vooral oefenen met echte voorbeelden hierbij zou helpen. Dan wordt het niet alleen theorie, maar leer ik ook hoe ik het echt moet toepassen tijdens mijn stage en examen.

opdracht 6.5. Google

Wat ik ervan vind:

Wat ik interessant vond aan deze uitleg over Google Analytics 4 is hoe breed het landschap van webstatistieken eigenlijk is. Ik dacht eerst dat bijna alles via één tool liep, maar hier wordt duidelijk dat je data verspreid zit over meerdere platformen. Zo staan webshopgegevens bijvoorbeeld in systemen zoals Shopify of Magento, terwijl social media statistieken juist weer in apps zoals Instagram of YouTube te vinden zijn. Dat maakt het analyseren van je totale online prestaties best complex, maar ook interessanter omdat je verschillende bronnen moet combineren.

Ook vond ik het opvallend dat er kritiek is op GA4. Het wordt neergezet als krachtig maar ingewikkeld, en soms zelfs minder praktisch dan alternatieven zoals Jetpack. Dat had ik niet verwacht, omdat Google-producten vaak als standaard worden gezien. Het idee dat een simpelere tool soms betere inzichten kan geven, vooral voor beginners, vind ik wel logisch.

Wat ik een beetje lastig vond om te begrijpen, is hoe bepaalde statistieken precies worden gemeten. Bijvoorbeeld de “bounce rate” in GA4: die werkt anders dan in de oude versie. Nu wordt een bezoek van minder dan 10 seconden zonder interactie als bounce gezien. Ik vraag me af of dat altijd een eerlijke meting is, want iemand kan een pagina snel lezen en toch tevreden zijn. Dat roept bij mij de vraag op hoe betrouwbaar sommige statistieken eigenlijk zijn.

Daarnaast vond ik het stuk over privacy en anonimiteit interessant maar ook een beetje verwarrend. Aan de ene kant wordt gezegd dat statistieken anoniem zijn, maar aan de andere kant kunnen platforms waar je ingelogd bent (zoals social media) juist heel veel persoonlijke data verzamelen. Dat voelt een beetje tegenstrijdig en maakt me benieuwd hoe dat precies technisch werkt en waar de grens ligt.

Tot slot vond ik het interessant om te lezen hoe belangrijk KPI’s zijn, zoals conversie en ROI. Het laat zien dat het niet alleen gaat om hoeveel bezoekers je hebt, maar vooral om wat ze uiteindelijk doen. Dat geeft een heel andere kijk op “succes” van een website.

Kortom: ik heb geleerd dat webstatistieken veel breder en ingewikkelder zijn dan ik dacht. Tegelijkertijd heb ik nog vragen over hoe betrouwbaar bepaalde metingen zijn en hoe privacy precies wordt gewaarborgd.

Zelfstudie 3

Heb deze studie leuk gevonden gevonden. Aart-Jan mag iets meer hulp bieden naar mijn mening, maar dat kan iets persoonlijks zijn van mij. Ik vind meer uitleg en fysiek fijner. Over het algemeen vond ik het wel prima. Ik geef mijzelf hier een 6,5/7,0 voor. Ik hoop dat Aartjan ook tevreden is.

Zelfstudie 2

Het gaat hartstikke goed, ik kom op tijd, heb weer veel tips opgezocht en verwerk mijn feedback hartstikke goed. Mijn stagebegeleider is ook ”uiterst” tevreden. Ik heb het super naar mijn zin. Ook deze zelfstudie helpt eraan bij dat het op stage en met opdrachten van school goed gaat.

 

heb 3 uur op dinsdag eraan gezeten. 2 uur op vrijdag en 1 uur op zaterdag.

Zelstudie 1

In de eerste les omschrijf je de opdracht aan jezelf:

  1. Wat je wil leren (je leerdoel) met daarbij vijf criteria om te bepalen of dat lukt. Oftewel: wat bepaalt straks je cijfer? Bijvoorbeeld: heb je voldoende uren gemaakt? Zijn bepaalde onderdelen wel of niet gelukt? Dat soort criteria.

Ik wil voldoende uren maken door tomeloze inzet te tonen, oprijd te komen, luisteren naar feedback en die vervolgens ook goed te verwerken.

  1. Welk lesmateriaal heb je gevonden en ga je doen (oftewel de leermiddelen: zoals een online cursus, een boek en/of welke filmpjes)

Op YouTube en X staan handige stagetips. Hoe kan je het best op tijd komen, door je wekker op tijd te zetten en daarbij kritisch kijken hoelang je nodig hebt.

  1. Met een urenverantwoording van de 3 x 2 uur: hoe zijn die uren verdeeld?

Ik heb hier woensdag 3 uur en zaterdag 3 uur aan gezeten.

  1. Aan het einde geef je jezelf ook een beoordeling, met een cijfer: het gemiddelde van de vijf cijfers van de criteria. Ik geef mijzelf een 7.8. Ik heb kritisch gekeken en vond en vind dat ik wel wat verder mocht zoeken, maar heb wel goede dingen gevonden.

Web5.3

Nano Banao

Ik zou Nano Banano niet aanraden. je voedt het progamma met informatie en genereert geen afbeelding naar wens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chatgpt

WEB

Ik vind tot nu toe van web dat het soms best moeilijk is maar dat het wel te doen is.

ik weet niet precies wat ik nog zou willen leren bij web. ik laat mij verrassen.

Het is altijd wel handig om dingen te herhalen. Tot nu toe vond ik niks makkelijk bij web want mijn interesse ligt hier namelijk niet dus dan is het al snel wat moeilijk, gelukkig legt Aart-Jan het vaak goed uit.

Wat stage betreft, ik heb al een stageplek geregeld en ook al het contract getekend. Ik ga stage lopen bij het Algemeen Dagblad in Dordrecht. ik heb daar super veel zin in. Ik zal daar voornamelijk artikelen gaan schrijven en daar heb je natuurlijk wel journalistieke sklils voor nodig.

Wat ik vind van deze apps

 

 

 

 

 

Instagram ziet er zo uit, ik had het leuker gevonden als er meer kleur in zit en wat meer ruimte in zit.

Nieuwe mooie kleur voor Scrollstagram

Nieuw app. Betaalli!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tikkie ziet er zo uit, echter vind ik wel dat het misschien leuker is als het wat ronder is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Massanger dat ziet er zo uit, waarvan ik had het er leuker gevonden als er meer animerende dingen inzitten zoals de foto’s die heen en weer gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


“De verslaggevers zijn de sterspelers, niet de hoofdredacteur."

Paul van den Bosch

Van vuilnisman tot Taghi wij moeten kunnen blijven schrijven

 

Als sportverslaggever interviewde Paul van den Bosch profvoetballers, nu is hij al jarenlang de hoofdredacteur van de regionale titels van het AD en vertelt hij in een interview over de veranderingen in de journalistiek en zijn eigen rol. Zijn ervaring als verslaggever helpt hem in zijn huidige baan. “De verslaggevers zijn de sterspelers, niet de hoofdredacteur.”

De lessen uit de sportjournalistiek

Van den Bosch begon zijn loopbaan in de sportjournalistiek, waar hij verslag deed van clubs als PSV en Feyenoord. Volgens hem zijn sportjournalisten per definitie allrounders. “Je leert organiseren, je moet hard werken ook op tijden dat anderen vrij zijn en je moet overal een verhaal in zien.” Die vaardigheden komen nu nog steeds van pas.

Toch zag hij voor zichzelf een bredere toekomst weggelegd. “Ik vind het gezond om na een tijd als sportverslaggever verder te kijken. Je kunt niet tot je 65ste blijven schrijven over een wereld die steeds jonger wordt.” Die overstap maakte hij uiteindelijk richting de algemene journalistiek en het management.

Hoofdredacteur regio Paul van den Bosch: 'Wij moeten kunnen blijven schrijven, wij zwijgen nooit!'

Hoofdredacteur regio, Paul van den Bosch: ‘Wij moeten kunnen blijven schrijven, wij zwijgen nooit!’

Relaties en lastige ego’s

Een van de belangrijkste vaardigheden die hij meenam uit de sportwereld is omgaan met sterke persoonlijkheden. “Als sportverslaggever werk je altijd met mensen met een groot ego. Coaches, sporters, ze hebben allemaal karakter. Dat is een goede leerschool, want als hoofdredacteur heb je continu te maken met lastige mensen.” Die ervaring hielp hem later in leidinggevende posities. Daarnaast moest hij balanceren tussen objectieve journalistiek en relatiemanagement. “Je schrijft iets over een trainer of speler en de volgende dag kom je die persoon weer tegen. Dat is anders dan bij een algemeen nieuwsverhaal, waar je je bron vaak maar één keer spreekt.” Die delicate dans tussen eerlijk verslaggeven en professionele banden behouden, beschouwt hij als een waardevolle les.

Goede trainers begrijpen dat het niet om henzelf draait, maar om de spelers. “Van Gaal en Hiddink snapten dat als hun spelers goed presteerden, dat vanzelf op hen afstraalde. Dat is ook waarom niet alle goede voetballers ook goede trainers worden: ze snappen soms niet dat anderen iets niet kunnen wat voor hen vanzelfsprekend was.” Hetzelfde geldt voor leidinggeven in de journalistiek: het draait niet om de hoofdredacteur, maar om de verslaggevers die de verhalen maken.

Interactie met de lezer

Naast de interne dynamiek binnen de redactie is ook de relatie met lezers de afgelopen jaren sterk veranderd. “Vroeger bepaalden wij hoe de wereld eruitzag en de lezers accepteerden dat. Maar die tijd is voorbij.” Lezers reageren direct via social media en online platforms, en hun betrokkenheid is essentieel geworden. “In de regionale journalistiek weten de mensen die ergens wonen vaak beter wat er speelt. Dus waarom zouden wij in een vergaderzaal bepalen wat belangrijk is?”

Ook commercieel gezien is betrokkenheid van lezers cruciaal. “Als mensen zich verbonden voelen met een medium, blijven ze langer hangen en zijn ze eerder bereid om te betalen voor een abonnement.” Daarom zet het AD steeds meer in op interactieve journalistiek. “We vragen lezers actief: wat houdt jullie bezig? Of het nu gaat om een messenprobleem in Schiedam of woningnood in Rotterdam, wij willen die verhalen brengen.”

Toch blijft er een grens. “Het is niet de bedoeling dat we puur schrijven op verzoek, zoals: ‘ik ben lid van een blaaskapel en daar moet een artikel over komen.’ Maar relevante thema’s die leven in de samenleving nemen we zeker mee.” Journalisten worden dan ook steeds meer aangemoedigd om contact te onderhouden met hun publiek. “Als iemand een tip instuurt en nooit meer iets terug hoort, haakt die af. Nee is ook een antwoord, maar je moet wel communiceren.”

 

 

De kwaliteit van journalistiek in een digitaal tijdperk

Een veelgehoorde zorg is dat de journalistiek achteruitgaat door digitalisering. Maar Van den Bosch ziet dat anders: “Ik vind juist dat de kwaliteit omhooggaat.” Hij haalt fel uit naar oude geluiden van oudere journalisten. “Luister naar hun vakkennis, maar als ze zeggen ‘vroeger was alles beter’, moet je dat met een korrel zout nemen. Vroeger was het anders. Krantenredacties waren groter, ja, maar er werd ook veel minder efficiënt gewerkt. Er waren collega’s die je een hele week niet zag, omdat ze vooral in de kroeg zaten.”

Volgens hem is de moderne journalistiek scherper en interactiever dan ooit. Het AD blijft daarin meebewegen, zonder de kern van het vak te verliezen. Want, zoals Van den Bosch het heel mooi zegt: “Uiteindelijk draait het om de verslaggevers. Zij maken het verschil.”

Persvrijheid en bedreigingen

Naast digitalisering ziet Van den Bosch een andere grote uitdaging: persvrijheid. Wij moeten kunnen blijven schrijven wat binnen de wet valt. Als journalisten hun werk niet kunnen doen, kom je in een situatie die richting dictatuur gaat.” Hoewel hij niet denkt dat Nederland die kant opgaat, benadrukt hij wel dat waakzaamheid geboden is. “Journalisten kunnen alleen functioneren als ze ultieme vrijheid hebben en zich niet constant hoeven te verantwoorden over waar ze over schrijven.”

Paul van den Bosch

Paul van den Bosch is zorgelijk over de vrijheid van de drukpers. Maar, ”Wij zwijgen nooit!”

Een ander probleem is dat persvrijheid door veel mensen niet als vanzelfsprekend wordt gezien. “Veel mensen vinden ons vervelend. Ik snap wel waarom journalisten niet populair zijn. Media brengen vaak negatief nieuws, en dat roept weerstand op. In Nederland hebben journalisten niet zoveel aanzien als we soms denken. In sommige ranglijsten staan we net boven de vuilnisman.” Toch is persvrijheid volgens hem essentieel, niet alleen voor journalisten zelf, maar voor de hele samenleving.

Daarnaast worden journalisten steeds vaker bedreigd. “Dat kan gaan van een klein stukje over een vuilnisman tot berichten over Ridouan Taghi. Het spectrum is breed, maar de dreiging is reëel.” Desondanks blijft Van den Bosch overtuigd van de noodzaak om door te gaan: “We moeten ons niet laten intimideren. Een vrije pers is een fundament van de democratie.” Zo is leidinggeven uiteindelijk heel mooi en beschermend. Je controleert bij je verslaggevers hoe het met ze gaat en je gaat door. En het allerbelangrijkste is dat je moet blijven schrijven en nooit moet zwijgen. Want als wij gaan zwijgen gaan we richting een dictatuur, en dat verdienen de jour

 

 

 

 

Hieronder kunt u ook het artikel lezen via de link

Artikel Paul van den Bosch

Schiedamse ‘el chapo’ vermoord

Schiedamse drugsbaron Vermoord

Marco Ebben, geboren en getogen in Schiedam, was een beruchte Nederlandse drugscrimineel wiens activiteiten zich uitstrekten van Nederland tot diep in Mexico. Als zoon van Henk Ebben, ook wel bekend als de ‘Rotterdamse Holleeder’, raakte Marco al op jonge leeftijd betrokken bij de georganiseerde misdaad.

Gevangenisstraf

In 2020 werd Ebben veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor zijn rol in de import van 400 kilo cocaïne, verstopt tussen een lading ananassen. Tijdens zijn hoger beroep wist hij echter te ontsnappen en verdween hij van de radar. Er gingen geruchten dat hij zich schuilhield in Rusland, waar hij mogelijk een Russisch paspoort had bemachtigd. Later dook hij op in Turkije, waar hij in juni 2024 betrokken raakte bij een schietincident en zwaargewond raakte. Uiteindelijk vestigde hij zich in Mexico. In Mexico sloot Ebben zich aan bij de factie van ISchiedamse drugscrimineel Marco Esmael ‘El Mayo’ Zambada, een van de leiders van het Sinaloa-kartel. Hij nam deel aan de gewelddadige strijd tegen de rivaliserende bende van Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán. Zijn betrokkenheid bij deze drugsoorlog leidde tot zijn opname op de Most Wanted-lijst van Europol.

Op 13 februari 2025 werd Ebben doodgeschoten in Atizapán, een voorstad van Mexico-Stad. Volgens Mexicaanse media werd hij waarschijnlijk door bekenden om het leven gebracht, mogelijk om te voorkomen dat hij tijdens een op handen zijnde arrestatie zou praten. Zijn dood werd bevestigd door de Mexicaanse autoriteiten, die meldden dat hij kort voor een geplande arrestatie door een speciaal team van anti-misdaadagenten werd geliquideerd.

Na zijn dood werden bij Ebben een vals identiteitsbewijs van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) en een vuurwapen aangetroffen. Dit suggereert dat hij mogelijk opereerde onder een valse identiteit om zijn criminele activiteiten voort te zetten.

De opkomst en ondergang van Marco Ebben illustreren hoe een lokale crimineel uit Schiedam zich kon ontwikkelen tot een internationale drugsbaron, actief in enkele van de meest gewelddadige drugskartels ter wereld. Zijn leven eindigde zoals dat van velen in de georganiseerde misdaad: gewelddadig en ver van huis.

Kijk ook mijn andere artikel over de telefoonverslaving.